13 jun 2016

De leraar als ontwerper
Door Bregje de Vries
Maart 2016

Laatst schreef ik op deze plek over het permeabel curriculum: een curriculum dat een vaste kern heeft, maar ook ruimte laat voor leerstof en werkvormen die tijdelijk actueel of van belang zijn. Ik roemde de kracht van het permeabel curriculum vanwege het responsief, reflectief en multidisciplinair karakter: het kan ingaan op leerbehoeften van het moment en breekt een lans voor onderwijs dat door en voor verschillende (groepen) leerlingen, studenten en leraren gemaakt wordt. Het schoolse wordt hierbij soms letterlijk binnenstebuiten gekeerd: we gaan leren op veel plekken binnen en buiten het schoolgebouw en van en met veel verschillende mensen.

Interessant aan het realiseren van een permeabel curriculum is dat het niet meer alleen het werk kan zijn van een uitgeverij die specialisten om zich heen verzamelt en methoden uitbrengt. Dat kan nog steeds een goede basis vormen, maar borgt niet de flexibiliteit en vraagsturing die voor een permeabel curriculum dragend zijn. In het licht van een permeabel curriculum moeten we ons daarom opnieuw de vraag stellen:

Wie maken het onderwijs? Ik heb daar alvast wat gedachten bij!

Ik denk dat het belangrijker wordt dat leraren hun eigen onderwijs gaan maken. Leraren hoeven daarbij echt niet voortdurend het wiel uit te vinden. Er is en blijft een vaste basis aan materialen waarmee de leraar werkt. Zoals een permeabel curriculum haar vaste onderdelen heeft, zo kan de leraar een vaste kern aan materialen tot uitgangspunt van het onderwijs maken. Maar buiten die kern waait de wind van onderwijs op maat en recht doen aan verschillen. Van actuele thematiek die vertaald wil worden in projectonderwijs, van nieuwe onderwijsinhouden, en van leren in dialoog met de buitenwereld. In deze dynamiek staat de leraar als her-ontwerper van het onderwijs centraal. De leraar past aan, voegt toe, verbetert en vernieuwt.

Wat zijn de belangrijkste gereedschappen voor de leraar als ontwerper?

Op de eerste plaats een kerncurriculum. Een permeabel curriculum vliegt veel kanten op. Het kan immers inspelen op actualiteiten, verschillende leervormen, leerroutes en leerstofinhouden aanbrengen voor (groepen) leerlingen en buitenschools leren in de school halen. Van al die mogelijkheden worden we een beetje onrustig. We vinden namelijk ook dat er basiskennis (primair onderwijs), eindexamendoelen (voortgezet onderwijs) en startcompetenties (beroepsonderwijs) te realiseren zijn. Een kerncurriculum beschrijft daarom eenvoudig wat alle leerlingen of studenten moeten kunnen en kennen. Bijvoorbeeld in de vorm van een macroleerlijn met kerndoelen, of in de vorm van een conceptmap op het microniveau van een specifiek thema. Het kerncurriculum borgt enerzijds de basiskennis, maar functioneert anderzijds als kapstok voor de eigen interesses en leervragen van (individuele) leerlingen of studenten. Het biedt structuur én vrijheid.

Op de tweede plaats andere leraren. Onderwijs is van oudsher het creëren van een leeromgeving waarin één leraar met een groep leerlingen werkt. In het huidige onderwijs zien we steeds vaker het beeld ontstaan van onderwijs als een collectieve onderneming. Bijvoorbeeld basisscholen werken in teams en met klasdoorbrekende units. Leerlingen in het voortgezet onderwijs brengen tijd op leerpleinen door, en doen vakoverstijgende projecten en buitenschoolse opdrachten. Zij worden niet zelden begeleid door teams van leraren. Leraren zoeken elkaar buiten hun eigen lesplannen steeds vaker op om samen doorlopende leerlijnen te realiseren. In het beroepsonderwijs tot slot, maken we er steeds meer een uitgangspunt van dat de student in de praktijk leert, in teams en vaak ook begeleid door teams. Kortom, collega-leraren zijn waardevolle en noodzakelijke mede-ontwerpers!

Op de derde plaats ontwerpsystematiek. In onderwijsonderzoek bestaat een rijke traditie aan ontwerponderzoek waarin leraren nieuw onderwijs maken en testen in het licht van de relevantie, de praktische bruikbaarheid en de effectiviteit ervan. Leraren komen zo tot onderbouwde en beproefde onderwijsverandering. Er zijn prachtige tools ontworpen om leraren hierin te ondersteunen. Tools die kleine cycli in de jaarkalender helpen passen, de teambetrokkenheid stimuleren en die aanzetten tot het delen en bespreken van opbrengsten. Voorbeeld van het laatste is het implementatiescenario, een format waarin de leraar – uitgaand van een bestaand ontwerp – beschrijft wat in het oorspronkelijke materiaal is aangepast. Ook geeft het implementatiescenario ruimte voor het toevoegen van gebruikerservaringen met het vernieuwde ontwerp, bijvoorbeeld in de vorm van logboeknotities, foto’s en reacties van leerlingen. Het implementatiescenario is een laagdrempelige vorm van ‘anecdotische bewijslast’. Collega-leraren kunnen op basis van die ervaringen gebruik in de eigen praktijk óf een herontwerp overwegen.

Een permeabel curriculum is een curriculum dat voortdurend in beweging is. Op basis van pedagogische visie, gewenste didactische verbetering, en/of maatschappelijk besef. Leraren zijn wat mij betreft de spil in deze dynamiek. Als mákers van onderwijs!