6 jan 2016

Permeabel? Dat is toch iets van een regenjas? Zo’n speciale kwaliteit van een stof die maakt dat de regen er niet door kan, maar je lichaamswarmte wel? Letterlijk betekent het doordringbaar, maar het heeft dus ook iets selectiefs: doordringbaar voor het één, maar juist niet voor het ander.

Wat heeft permeabel met curricula te maken? Curricula zijn de weerslag van wat we aan leerstof en leerprocessen in leeromgevingen (willen) aanbieden. We onderscheiden formele curricula zoals die bijvoorbeeld in kerndoelen en lesmethoden vervat zijn, en informele curricula die in de slipstream van (impliciete) waarden het onderwijs binnensijpelen. We onderscheiden bedoelde en gerealiseerde curricula: wat we ons voornemen te onderwijzen, en wat we daadwerkelijk realiseren. Formele curricula worden deels op macroniveau afgesproken (bijvoorbeeld landelijke kerndoelen), op mesoniveau verder ingekleurd (bijvoorbeeld leerlijnen), en op microniveau voorbereid ((groeps-)lessen) en gerealiseerd. Tegenwoordig spreken we ook nog van een nanoniveau – het niveau van een groep leerlingen of individuele leerling – waarvoor onderwijs op maat wordt gemaakt.

Wat is permeabel in dit verband?  Een permeabel curriculum heeft allereerst een stevige kern die de ruggengraat van de scholing vormt. Deze stevige kern vertegenwoordigt als het ware de eigen identiteit van de school, waartegen functie en nut van invloeden van “buitenaf” kunnen worden gewogen. De ruggengraat wordt gevormd door vaste kernonderdelen: vakken, leerlijnen, profielen, leerjaren. Zij zijn de wervels en ribben van het permeabele curriculum.

Op de tweede plaats kenmerken open ruimten het permeabele curriculum. Ruimtes tussen de ribben zijn nog ongedefinieerde tijd die aan wisselende onderdelen kan worden besteed. Op die plekken is het curriculum doordringbaar van buitenaf. Sterker nog, zij omarmt daar de invloeden die op haar inwerken, omdat zij de kans op “overleven in de toekomst” vergroten. In die ruimtes ontwikkelen zich nieuwe initiatieven, die soms tijdelijk zijn, soms zullen bestendigen en misschien zelfs onderdeel van de kern gaan uitmaken.

De kracht van een permeabel curriculum heeft in de eerste plaats met responsiviteit te maken: de mate waarin het curriculum in dialoog is met ontwikkelingen in de maatschappij. Mensen Scholen Mensen, stelde Nathan Deen al in 19xx, en hij gaf daarmee uitdrukking aan de synergie tussen scholen (onderwijs), de mensen in die scholen die het onderwijs maken en volgen, en de maatschappelijke context waarin die scholen staan. De roep om responsiviteit is alleen maar groter geworden. Goed onderwijs vraagt tegenwoordig om flexibiliteit, kunnen inspelen op de snelle veranderingen in de samenleving. Het moet zich steeds opnieuw verhouden met veranderende opvattingen over de rol die onderwijs heeft in het toerusten van mensen om deel uit te kunnen maken van die veranderende samenleving. En het moet ingesteld zijn op afwisseling en maatwerk om álle mensen in dat onderwijs te boeien en vormen. Een curriclum dat vooraf helemaal dichtgetimmerd zit met doelen, leeractiviteiten en toetsvormen heeft die responsiviteit nauwelijks.

De kwaliteit van een permeabel curriculum heeft op de tweede plaats te maken met reflectiviteit. Omdat het curriculum niet staat als een huis met een vaste kamerindeling en meubilair, maar er steeds keuzes gemaakt moeten worden, zijn de mensen die het onderwijs maken én volgen steeds ‘in staat van paraatheid’ om te reflecteren op wat was en wat nodig lijkt. Deze onderzoekende houding wordt al op veel plekken in het onderwijs gekoesterd als een basishouding voor de toekomst, werp maar eens een blik op Onderwijs 2032, en daarvan afgeleide beleidsteksten voor het hoger onderwijs, publicaties over 21st century skills etc.

Een derde kracht van het permeabel curriculum is de ruimte die ontstaat voor interdisciplinariteit. De responsiviteit, de reflectiviteit kunnen verder ondersteund worden door de letterlijke ruimte die ontstaat voor onderwijsvormen die gemaakt en gevolgd worden door een mix van mensen. Een expert uit een universiteit is in die interdisciplinaire setting niet alleen interessant voor leerlingen; ook de vakdocenten, de basisschoolleerkracht, de lerarenopleider zijn welkom. De grenzen tussen buitenschools en binnenschools vervagen. Op veel plekken in de wereld om ons heen kan geleerd worden!

Ik krijg allerlei concrete ideeën bij het ‘permeabel curriculum’. De Masterclass: een groep leerlingen of studenten wordt uitgedaagd door een master op het onderwerp en gaat onder intensieve begeleiding aan de slag met een verdiepende opdracht. De Dialoog: de klas heeft geleerd over een onderwerp dat maatschappelijk actueel en relevant is en gaat daarover in dialoog met anderen uit de samenleving. Het Rolmodel: Een boeiende lezing of gastles, of een bezoek aan een beroepspraktijk, laat studenten of leerlingen zien wat het inhoudt, hoe het kan. En zo kan ik nog wel even doorgaan. Volgens mij zijn deze ideeën goed te vertalen naar heel verschillende contexten: van basisschool tot lerarenopleiding. En maken ze overal het onderwijs responsiever, reflectiever en interdisciplinairder. En met deze voorbeelden licht ik nog maar het topje van de ijsberg. E-learning, werkplekleren, het doorbreken van grenzen tussen sectoren in het onderwijs: een permeabel curriculum breekt het ijs voor nog meer mogelijkheden!

Wat vraagt het in de basis van ons om aan een permeabel curriculum te werken? Dat we een curriculum maken dat niet dichtgetimmerd is maar op alle niveaus (macro, meso, micro, nano…) ruimte laat. Qua landelijke richtlijnen staat ons weinig in de weg: we kennen geen dichtgetimmerd nationaal curriculum dat ons ernstig zou belemmeren. Op macro en mesoniveau commiteren we ons aan een kerncurriculum, dat te allen tijden ingekleurd kan worden door actualiteit, een spontane gelegenheid die zich voordoet, het aansluiten bij de leervragen van de leerlingen, het bieden van een nieuwe minor aan studenten, etc. Op microniveau vraagt het om didactische werkvormen die zich centreren rond ontmoeten en in dialoog zijn. En, last but not least, om een permeabel curriculum te realiseren, hebben we leraren nodig die onderwijs kunnen ontwerpen. Daar zou ik het graag een volgende keer eens over willen hebben!