25 jan 2016

Gepost door Gini Manting

Afgelopen week is de adviesnotitie van Ons Onderwijs2032 bekend gemaakt. 

Wat je leest is dat ze pleiten voor meer samenhang in het onderwijs en meer samenwerking in het onderwijs door vooral de onderwijsinstanties die met onderwijsontwikkeling bezig zijn, te laten samenwerken (en dit ook cross-sectoraal te laten doen, al hoop ik dit laatste meer dan dat ik kan lezen). De buitenwereld van scholen erbij betrekken wordt ook genoemd, maar niet uitgewerkt. Daar is WIJ MAKEN HET ONDERWIJS een mooie pilot voor. 

De rolneming van leraren wordt wel aangestipt, maar niet verder uitgewerkt. Met Bron voor Onderwijs, het netwerk voor en door onderwijsprofessionals, zijn we een reeds bestaand antwoord op dit nieuwe pleidooi:  nieuwe netwerken voor en door leraren!

Lees hier de hele notitie 

Lees hieronder (pagina 57-58) een aantal belangrijkste gegevens. 

...

Zo moeten er tijd en faciliteiten beschikbaar zijn om leraren de mogelijkheid te geven gezamenlijk aan hun onderwijsinhoud te werken. Daarnaast gaat het erom de professionele samenwerking binnen en tussen scholen en met lerarenopleidingen en diverse organisaties rond de school te stimuleren. Tot slot zijn flexibilisering van de schoolorganisatie en meer samenwerking in de onderwijsketen vanuit de hier gepresenteerde visie op onderwijs van belang.

Leraren moeten de tijd krijgen om binnen én buiten de school met collega’s en professionals te werken aan een samenhangend curriculum en kennis te delen over pedagogiek, didactiek en leerinhoud. Dat vraagt van schoolleiders een actieve, stimulerende en faciliterende rol.

Samenhangend onderwijs vraagt tot slot om een goede samenwerking tussen de vele partijen die betrokken zijn bij de inhoud van het onderwijs, zoals leraren, ouders, schoolleiders, politiek, beleidsmakers, lerarenopleidingen, uitgevers, inspectie, toetsontwikkelaars, beroepsverenigingen en kennisinstituten. Een gezamenlijke visie op de onderwijsopdracht en -inhoud en onderlinge afstemming van de taken en bevoegdheden zijn, behalve op scholen, ook landelijk nodig. Een gedeelde ambitie in de gehele onderwijskolom is nodig om leerlingen zo goed mogelijk toe te leiden naar een diploma dat past bij hun capaciteiten, interesses en perspectief. Dat betekent structurele samenwerking en inhoudelijke afstemming tussen het voorschoolse aanbod, het primair onderwijs, het voortgezet onderwijs, het mbo en het hoger onderwijs. Voor deze samenwerking is een goede basis aanwezig; ook de strategische agenda van het hoger onderwijs en de toekomstvisie van het mbo leggen de nadruk op brede vorming.

Het Platform is van mening dat ze (lees: leraren) daarom een substantiële rol dienen te krijgen in de ontwerpfase. Dat zou kunnen in de vorm van bestaande en nieuwe netwerken waarin leraren samen met diverse andere onderwijsprofessionals werken aan de verdere concretisering van de onderwijsinhoud. Gezien de positieve ervaringen met de dialoog adviseert het Platform het ontwerpproces transparant en interactief vorm te geven. Scholen kunnen op die manier van elkaar leren over manieren waarop de voorgestelde visie in de praktijk kan worden uitgewerkt.