21 mrt 2016

Een aantal jaren geleden werkte ik samen met een vmbo-school in Den Haag aan onderwijsvernieuwing. Wat mij destijds in de samenwerking met verschillende docenten opviel is hun ongemak om thema’s die buiten hun vakgebied liggen te bespreken met leerlingen. Hoe ga je een gesprek aan waarin je misschien niet meer weet dan de leerlingen of zelfs gesprekken waarin de leerling expert is omdat het gaat over hun leefwereld? Dialogen waarin meningen, persoonlijke ervaring een rol spelen, en waarin het de kunst is om naar elkaar te luisteren en proberen te begrijpen wat de ander nu echt bedoelt. Als het om persoonsontwikkeling gaat zijn dergelijke gesprekken onontbeerlijk. Deze bildung is nodig voor het ontwikkelen van nieuwe vormen van burgerschap die voorwaarde zijn om de samenleving van de toekomst met elkaar vorm te geven.

Vorige week spraken Gini Manting en ik met Karin Strauss, VVD-kamerlid en houder van de onderwijsportefeuille. We hadden het natuurlijk over ‘Bron voor Onderwijs’ en ‘Wij maken het onderwijs’, allebei projecten die waarde hechten, zelfs gebaseerd zijn op, het belang van dialoog. Een dialoog die mensen, thema’s, inhoud en maatschappelijke vraagstukken met elkaar verbindt. Toen we Strauss vroegen welke thema’s haar bezig houden noemde ze de handelingsverlegenheidheid van docenten in het aangaan van gesprekken over complexe en gevoelige maatschappelijke thema’s. We vragen ons af waar die verlegenheid vandaan komt. Zijn het de mondige leerlingen die de docent angst inboezemen? Of doet de verandering in de relatie tussen leerling en docent die in dergelijke gesprekken ontstaat, hen aarzelen? Of is het hun eigen (vermeende) gebrek aan ervaring of vaardigheden waardoor ze terugdeinzen?  We weten het niet en er is vast en zeker meer dan één reden voor deze ongemakkelijkheid. Tegelijkertijd lopen we aan tegen de onbespreekbaarheid van deze onzekerheid bij docenten. De aanname van veel docenten is: ‘ik doe alles goed’, en dat creëert niet echt een opening om samen te zoeken naar oorzaken en oplossingen van dit fenomeen. Terwijl het belang groot is.

We moeten immers met elkaar in debat over vluchtelingen, racisme, duurzaamheid, ethiek, zorg voor anderen, en andere actuele gebeurtenissen. Het duiden, begrijpen, betekenis geven en oplossen van deze vaak meervoudige vraagstukken kan alleen met elkaar en daar zijn dit soort vaak lastige gesprekken voor nodig. Het zijn onderwerpen waar we geen eenduidige antwoorden op hebben, als we al antwoorden hebben. Vaak zijn de onderwerpen controversieel en lopen meningen en oplossingsrichtingen behoorlijk uiteen. Maar het er niet over hebben is geen optie. Immers onze samenleving verandert en we kunnen er alleen met elkaar voor zorgen dat we ons ontwikkelen in de richting van maatschappij waarin we het allemaal goed hebben en leven in harmonie met de natuur.

In Bron voor Onderwijs onderzoeken we samen manieren van leren die jongeren voorbereiden op leven in een dynamische samenleving die steeds meer en steeds andere dingen van hen zal vragen. Dat vraagt om docenten die met beide benen in de samenleving staan. Die weten wat er speelt daar verbinding mee maken en dat verweven in hun lessen. Niet alleen door erover te vertellen maar door er met elkaar en met de leerlingen over in gesprek te gaan. Door samen te zoeken en te vinden leren docenten hoe jongeren voor te bereiden op hun rol als burger in de samenleving. In ‘Wij maken het onderwijs’ werken docenten, leerlingen, ouders, bedrijfsleven, overheid en tal van andere partijen samen om dit bildungsaspect in het onderwijs vorm te geven. Juist omdat onderwijs en een goede samenleving creëren steeds meer een taak van ons allemaal wordt. Juist de stem van de burger wint aan belang. Immers als we de toekomst van deze aarde overlaten aan bedrijven en overheid alleen zullen we de huidige crises niet oplossen. Daarvoor zijn het geweten, de kennis en creativiteit en de inzet van burgers nodig. Dat vraagt om een hernieuwde invulling van het begrip burgerschap. Daar is naast het kunnen toe-eigenen en maken van kennis en ervaring ook een vorm van bildung: persoonsontwikkeling voor nodig. De trendrede 2016, waarin een groep trendwatchers de nieuwe tijd schildert vat die opdracht als volgt samen: “Wat is jouw betekenis, in welke context plaats je die, en waaraan wil je bouwen?”

Dat is die vraag die we onszelf en jongeren kunnen stellen. Het antwoord op die vraag leidt tot persoonlijke en maatschappelijke ontwikkeling tegelijkertijd. Het vinden van dat antwoord noodzaakt ons tot het voeren van die lastige gesprekken, tot het adresseren van samengestelde onderwerpen, en het vinden van nog niet bestaande oplossingen. Het belang daarvan vat Herman Wijffels goed samen: iedereen kan bijdragen aan het ontwikkelen van een ecologische beschaving. Daarvoor moeten we onze relatie met elkaar en met de natuur opnieuw en op een gelijkwaardige manier vormgeven.  (Middelkoop interviewt Wijffels: https://www.youtube.com/watch?v=t4HztdDt2Q0) .

Ik denk dat zowel ‘Bron voor Onderwijs’ als ‘Wij maken het onderwijs’ een bijdrage kunnen leveren in het vinden van manieren om de handelingsverlegenheid van docenten en leerlingen te onderkennen en te overwinnen. Om daarin nieuwe relatievormen te ontwikkelen tussen docent en leerling die effectief zijn als het gaat om persoonsontwikkeling. Mijn voorstel: laten we onszelf maar ook Karin Strauss van verhaal op dit onderwerp voorzien, zodat we samen het thema persoonsontwikkeling in het curriculum en in de relatie leerling docenten echt vorm kunnen geven. Zodat persoonsvorming daadwerkelijk een springplank wordt naar nieuw burgerschap. Tijd voor een eerste ‘Bron voor Onderwijs white paper’? Ik wil wel een begin maken! Wie heeft zin om mee te doen?

 

Godelieve Spaas

Voorzitter Bron voor Onderwijs

 

06 53166685

godelieve@creatingchange.nl